Prinsjesdag 2020: wat is de impact op de agrarische vastgoedmarkt?

Tijdens een bijzondere Prinsjesdag heeft het kabinet diverse maatregelen aangekondigd die rechtstreeks consequenties hebben op het kopen of verkopen van een (agrarisch) vastgoed object. LTO Nederland pleit na het bekend worden van de Miljoenennota om geld te investeren in toekomstgerichte landbouw en geen agrarische bedrijven te gaan opkopen in een poging de stikstofuitstoot te reduceren.

LTO benadrukt in haar reactie op de kabinetsplannen dat agrarische ondernemers een perspectief geboden moet worden om (milieu)investeringen terug te verdienen. Ook laat het weten dat ze voorstander zijn van een fiscale klimaatreserve voor de agrarische sector om inkomensfluctuaties naar aanleiding van klimaat- en marktperikelen op te vangen voor een stabielere (internationale) marktpositie.

Verhoging tarieven overdrachtsbelasting

De belangrijkste fiscale maatregel is dat per 1 januari 2021 het tarief voor de overdrachtsbelasting wordt verhoogd van 6 procent naar 8 procent. Daarnaast is, ter verbetering van de positie van starters op de woningmarkt ten opzichte van beleggers, besloten om starters op de woningmarkt vrij te stellen van overdrachtsbelasting. Met ingang van 1 januari 2021 wordt er een eenmalige vrijstelling geïntroduceerd voor starters die jonger zijn dan 35 jaar, niet eerder een vrijstelling hebben toegepast en die de woning gebruiken als hoofdverblijf. Een vakantiewoning of een woning die ouders kopen voor hun kind(eren) vallen niet onder die vrijstelling en worden belast met acht procent.

Deze maatregelen zijn in het leven geroepen om starters en doorstromers te helpen en beleggers te ontmoedigen de markt te stresseren.

Verlaging tarief vennootschapsbelasting

Voor (agrarische) ondernemers die in een vennootschap zitten heeft het kabinet het bedrag aan belastbare winst – vallend onder het lage VPB-tarief - verhoogd van 200.000 naar 245.000 euro. Na 2021 wordt die zelfs opgehoogd tot 395.000 euro. Het lage tarief zal komende jaren verder worden verlaagd van de huidige 16,5 procent naar 15 procent in 2021 en 2022.

Jaar Laag tarief Hoog tarief
2020 16,5 procent voor winsten tot 200.000 euro 25 procent boven 200.000 winst
2021 15 procent voor winsten tot 245.000 euro 25 procent boven 245.000 winst
2022 15 procent voor winsten tot 395.000 euro 25 procent boven 395.000 winst

De liquidatieverliesregeling - tot en met vijf miljoen - in de vennootschapsbelasting wordt aangescherpt. De regeling zorgt ervoor dat verlies in aftrek gebracht kan worden op de belastbare winst. De liquidatieverliesregeling wordt beperkt tot deelnemingen waarin een aandelenbelang van 50 procent wordt gehouden. Ook moet het vestigingsadres binnen Europa vallen en binnen drie jaar na staking zijn voltooid.

Overige wijzigingen

Naast deze twee tariefwijzigingen vinden er ook aanpassingen plaats in de tarifering van Box-2. Vanaf volgend jaar wordt die verlaagd van 26,25 procent naar 26,9 procent.

Het belastingtarief in Box- 3 wordt verhoogd naar 31 procent. Het belastingvrije heffingsvermogen stijgt ook. Dit gaat van ruim 30.000 euro naar 50.00 euro. Er wordt nog onderzocht hoe de heffingssystematiek van het forfaitair rendement efficiënt kan worden gewijzigd.

De invoering van bronbelasting voor groepsvennootschappen gevestigd in laagbelastende landen, de aanpassing van de verhuurdersheffing en de wijzigingen in de energiebelasting, voltooien het maatregelenpakket van dit kabinet.

Invoering Baangerelateerde Investerings Korting (BIK)

Tot slot wordt er een nieuwe tijdelijke regeling in het leven geroepen: de Baangerelateerde Investerings Korting (BIK). Agrarische bedrijven met bedrijfsinvesteringen die werkgelegenheid opleveren, krijgen korting op de loonheffing op grond van deze BIK-regeling. Dit zorgt voor lagere projectkosten in de bouw- en vastgoedsector en zal naar verwachting ook de bouw- of verbouwplannen in het buitengebied verder stimuleren.


Door: Richard Bender


Terug naar het overzicht